De zevende kaars

Schouwburg Orpheus, Apeldoorn. Nederland gedenkt de rampzalige gebeurtenis op Koninginnedag. Veel aandacht voor de geschokte koninklijke familie. En zes kaarsen prijken op het podium, voor de dodelijke slachtoffers. Maar wacht eens even, waren dat er niet zeven?
Even nuanceren. Astrid Kersseboom spreekt over de zes onschuldige slachtoffers. Zeven slachtoffers, dat is inclusief de dader.

Schuldig, dader. Let even op die terminologie. Als Karst Tates zijn daad had overleefd, zou hij zijn berecht. Hij zou onschuldig zijn tenzij anders bewezen. Hij zou misschien psychische hulp of TBS hebben gehad. Nu hij is overleden, is hij schuldig zonder proces. Geen kaars voor Karst in de schouwburg.

Wat Karst Tates in zijn wanhoop heeft aangericht, is gruwelijk en door niets te rechtvaardigen. Maar de trieste werkelijkheid is, dat de zelfmoordenaar geen rekening meer houdt met het trauma van de machinist als hij voor de trein springt.

Daarom is ook Karst Tates niet alleen dader, maar ook slachtoffer. Noem hem slachtoffer van de onpersoonlijke maatschappij, van de economische crisis – hij was ontslagen en moest zijn huis uit – of desnoods van zijn eigen verwrongen geestestoestand. Daarom, en ook voor zijn nabestaanden, had er van mij een zevende kaars mogen zijn vanavond.