De voyeur

Ze zit op het balkon van de propvolle intercity tegen een schot geleund en haalt een étui uit haar tasje. Ik zit op het trapje naar de bovenverdieping, koptelefoon op mijn oren.

Zij pakt een klein spiegeltje, mascara. Haar prachtige ogen zijn haar nog niet mooi genoeg. Ze maakt haar wimpers intens en onontkoombaar zwart, knippert af en toe in het spiegeltje. De trein om haar heen bestaat niet, is een decorstuk, zo anoniem als een kastdeur of een lamp op haar badkamer. Pardon: in haar boudoir.

Om mij heen tovert zij een ander decor. Ik zie haar zich opmaken voor de spiegel in onze slaapkamer, weet dat zij vroeg weg moet vandaag en gehaast haar koffie moet drinken. Toch brengt ze mij nog even een kopje op bed, de schat.

Mascara klaar, rouge… De trein dendert door het landschap, we zijn bijna in Den Haag. Haar étui is haar kaptafel, de mensen zijn een kastdeur, en mannen met koptelefoons zijn nog geen vuiltje op de spiegel.